Mauro
Teruggekomen van een weekje Rome – zonder krant, tv en internet – kan ik mij alleen maar verbazen over de politieke discussie thuis. Terwijl ons financiële systeem weer eens op instorten staat en alleen met een noodfonds van – voorlopig – 1.000.000.000.000 euro overeind gehouden kan worden, wordt het debat in Den Haag beheerst door één enkele Angolese jongen die al dan niet terug moet naar het land van herkomst.
Verbazing over de media, die tenslotte niet alleen nieuws bengen maar vooral ook nieuws maken. En dat geldt des te meer voor hypes zoals deze Mauro-zaak.
Verbazing over de oppositie, die vergeten is dat een uitzetting slechts het gevolg is van wetgeving waarmee men zelf heeft ingestemd. Die verder vergeten is dat eerdere bewindspersonen zich ook al met deze jongen bezig gehouden hebben, bewindspersonen die nu voor diezelfde oppositie in de Kamer zitten.
Verbazing ook, dat men werkelijk denkt dat het voor een minister gemakkelijker wordt van zijn discretionaire bevoegdheid gebruik te maken naarmate er meer publiciteit is rond een zaak. De ervaring leert juist dat uitzonderingen eerder geregeld worden buiten de schijnwerpers, dan in het volle licht van de politieke discussie.
Maar misschien is die laatste verbazing onterecht. Misschien beseft de nu zo moreel superieure oppositie heel goed dat al deze ophef niet kan leiden tot een verblijfsvergunning voor Mauro. Misschien ziet ze in de jongen niet meer dan een stok om de hond – het CDA en daardoor dit kabinet – mee te slaan. Misschien is Mauro voor hen slechts een middel in een politiek steekspel.
Laten we hopen dat men slechts naïef is, en niet zo bot opportunistisch.
Overigens zij opgemerkt dat ik de ins en outs van Mauro niet ken, en mij dus ook geen oordeel wil aanmeten over de vraag of hij hier zou moeten mogen blijven.