Psalm 48, 4
Vanavond bij een afscheid was het aan mij een paar stichtelijke woorden te spreken. Omdat het gezelschap zich niet zo leent voor echt stichtelijke taal heb ik alleen maar gememoreerd aan een mogelijkheid in Psalm 48:
Wij, o verheven Majesteit,
gedenken uw weldadigheid
in ‘t midden van uw heil’ge wooning!
Gelijk uw naam is, groote Koning,
bij ons terecht geprezen,
zoo is uw roem gerezen
en bij de volken zeer vermaard
tot aan het uiterst’ eind der aard.
Uw rechterhand, die ‘t kwaad niet duldt,
is met gerechtigheid vervuld.

Ik zie dat het de goede richting uitgaat. Veel stichtelijke literatuur lezen mijn jongen en het komt allemaal goed. (Deo Volente uiteraard)