Bonussen
Bij al dat geblaat tegenwoordig over bonussen en vertrekregelingen ben ik steeds minder geïnteresseerd in de hoogte van de bedragen, maar steeds meer in het waarom. Ik ging er altijd vanuit dat bonussen een vorm zijn van prestatiebeloning, waarbij de hoogte afhangt van de geleverde prestatie. Maar wanneer bonussen worden uitgekeerd terwijl het bedrijf bestaat bij de gratie van staatssteun, begin ik mij af te vragen over welke prestatie de beloning precies berekend wordt, en wat er moet gebeuren wil de bonus níet uitgekeerd worden. Met andere woorden: is de variabele beloning wel zo variabel, of is het (deels) een veredelde dertiende maand?
Als er vraagtekens rijzen bij de uitkering van bonussen bij ING wil ik geen krokodillentranen zien van de minister van financiën, wil ik geen loze kreten als ‘met pijn in het hart’ horen, geen gespeelde verontwaardiging op tv. Ik verwacht dan een brief van de minister aan de kamer waarin hij uitlegt hoe de vork in de steel zit, waarna in het publieke en het politieke debat een oordeel geformuleerd wordt. Dat zijn geen vertagingstactieken van een bankier met een vette bonus (ondergetekende heeft helaas geen bonusregeling en die brief kan binnen een dag of drie wel bij de kamer liggen) maar een aangeboren scepsis bij al te veel publieke verontwaardiging om het salaris van een anonieme andere.
Nog even over de krokodillentranen van Wouter Bos: waarom heeft hij zijn voorganger en partijgenoot Wim Kok, tevens commissaris bij bank-verzekeraar ING niet even gebeld en gevraagd ‘Wim, hoe zit dat nu met die bonussen bij jullie?’ – Ach nee, in de taal van Bos was dat waarschijnlijk geworden: ‘Wim, geef me drie voorbeelden van hoe je de bonussen hebt aangepakt in je jaren als commissaris… geef me dan twee voorbeelden… of één!’

Reageer