Geert Mak

Mensen die mij kennen weten dat ik allergisch ben voor Geert Mak. Dat is begonnen toen de domineeszoon te gast was bij VPRO’s Zomergasten (in 2000) en daar drie uur lang ouderwets met zijn vinger in de lucht preekte hoe de wereld in elkaar zit en wat er allemaal fout gaat. Ik zeg drie uur lang, maar dat is een aanname: ik heb het met Geert niet langer dan drie kwartier weten uit te houden.

Mijn tweede ‘ontmoeting’ met de Grote Dominee was begin 2005, toen de goede man het bestond het filmpje Submission (Hirsi Ali / Van Gogh) te vergelijken met Der ewige Jude, de Duitse propagandafilm uit 1940. Theo van Gogh was toen amper drie maanden daarvoor vermoord door Mohammed Bouyeri. Fijne man, die Geert Mak. Sindsdien doe ik mijn uiterste best de meninkjes en vergelijkingen van de Grote Dominee te mijden – de serie In Europa volg ik alleen bij de BRT, die een Makloze versie uitzendt.

Maar goed, een en ander is alweer drie jaar geleden, en toen ik vanohtend in de NRC van dit weekend een stuk van Geert Mak tegenkwam in een serie Over hun ongelijk; waarover zijn zij van gedachten veranderd?, begon ik hoopvol te lezen. Maar Geert is een oude hond die je geen nieuwe trucjes meer kunt leren, en het handelsmerk van de Grote Dominee is de vergelijking:

Wanneer begon bij mijzelf een zeker onbehagen post te vatten? Bij de Rote Armee Fraktion in de jaren zeventig, waarvan de leden de romantische heldenmoed tot in de perversie doorvoerden. Inderdaad, voor hen en hun sypathisanten gold ‘niets dan het absolute’. Bij het totaal derailleren van sommige, ooit zo heroïsch begonnen, revolutionaire bewegingen in de derde wereld. Later bijvoorbeeld ook rond het project Ayaan Hirsi Ali, inclusief haar tekstschrijvers en na-apers (…)

Fantastisch toch eigenlijk? In zo’n kort fragmentje van RAF en gewelddadige revoluties naar Hirsi Ali en de haren. En zonder enig onderscheid of nuance aan te brengen – wat moet een dominee ook met nuance?

~ door duino op december 28, 2008.

Reageer