Balkenende maakt het geloof belachelijk

In NRC Handelsblad van zaterdag 13 december reageren Cees Dekker en Rik Peels op een stuk van Herman Philipse in dezelfde krant, waarin Philipse betoogt dat premier Balkenende een misleidende en gevaarlijke stelling poneerde toen hij zei:

‘Misschien staan geloof en wetenschap wel veel dichter bij elkaar dan vaak wordt gedacht. in essentie gaat het op beide terreinen immers om een zoektocht naar een waarheid die we nooit helemaal vast kunnen pakken, maar die er wel is.’

Cees Dekker is biofysicus en als hoogleraar verbonden aan de TU in Delft, maar belangrijker in dit verband: Dekker is verklaard christen en in zekere zin verantwoordelijk voor het voorstel van toenmalig minister van onderwijs Maria van der Hoeven om intelligent design op scholen te onderwijzen, als alternatief naast Darwins evolutietheorie. Hij was het die verklaarde wel wat te zien in intelligent design, en zo voor de minister deze theorie, die niet veel meer is dan creationisme in schaapskleren, van wetenschappelijke goedkeuring voorzag. Inmiddels is Dekker teruggekomen van zijn enthousiasme voor intelligent design, maar consequenties hieruit trekt hij niet. Gebruikmakend van klassieke drogredenen houdt hij vol dat geloof wel degelijk een volwaardige zoektocht naar de waarheid is, naast de wetenschap. De argumenten?

1. De wetenschap kan niet bewijzen dat  claims van goddelijke openbaring onterecht zijn in alle gevallen, dus moeten ze serieus genomen worden. – Een doorzichtige poging de bewijslast om te draaien. Het is niet aan de ontvanger van de goddelijke openbaring om op zijn minst aannemelijk te maken dat hij de waarheid spreekt, maar aan de sceptische toehoorder om te bewijzen dat er géén sprake is van enige communicatie met de Schepper. En dat is, zoals Dekker en Peels zelf al aangeven, onmogelijk. Zo is religie immuun voor iedere vorm van kritiek of twijfel, omdat het laatste argument altijd de goddelijke openbaring is.

2. De wetenschap heeft nooit bewezen dat de ‘centrale christelijke geloofswaarheden’ onwaar zijn, dus moeten die geloofswaarheden wel echt waar zijn. – De term ‘centrale christelijke geloofswaarheden’ is niet van mij afkomstig, maar ik neem aan dat hiertoe minimaal behoren a) het bestaan van God, b) zijn openbaring aan de mensheid via de Bijbel, en c) leven, dood en wederopstanding van zijn eigen zoon Jezus Christus. Ook hier leggen Dekker en Peels de volledige bewijslast bij de twijfelaar, en ook hier geven de beide heren zelf al aan dat het onmogelijk is de onjuistheid van deze ‘waarheden’ aan te tonen. Ook zij berusten tenslotte op goddelijke openbaring.

Het gegeven dat noch de waarheid, noch de onwaarheid van een stelling kan worden aangetoond, betekent alleen dat die stelling geen enkele zeggenskracht heeft. Een goddelijke openbaring is op zijn best irrelevant, per definitie. George W. Bush beriep zich bij de inval in Irak op goddelijke openbaring, maar bij zijn recente erkenning dat die inval wellicht een vergissing was, verwees hij naar falende inlichtingendiensten en was God in geen velden of wegen te bekennen – of was ook dat een goddelijke openbaring?

Na aldus te hebben ‘bewezen’ dat godsdienst wel degelijk leidt tot de waarheid, gaan de heren in op de stelling van Philipse dat het gevaarlijk is om geloof en wetenschap als gelijken te zien, omdat dat leidt tot de verdringing van wetenschappelijke waarheid door religieuze waarheid – zie de minister van onderwijs die een lans breekt voor intelligent design in de biologieles. Volgens Dekker en Peels kunnen gelovigen ‘heel goed onderscheid maken tussen wetenschappelijke bevindingen en geloofsovertuigingen’. Dit zou betekenen dat er twee waarheden zijn die los staan van elkaar. De ene is de waarheid van de wetenschap die, met vallen en opstaan, wordt ontrafeld door de menselijke rede, door onderzoek en experimenten, door theorieën die ontkracht worden en vervangen door nieuwe. De andere waarheid is die van de religie, die tot ons komt door goddelijke openbaring en die niet door wetenschap bewezen of bekritiseerd kan worden. Weer beroept het geloof zich op iets wat zij ‘waarheid’ noemt, maar dat in wezen niets met waarheid te maken heeft – althans niet zo lang de argumenten beperkt blijven tot goddelijke openbaring. (Dat Cees Dekker zelf al moeite heeft om dat onderscheid te maken, getuige zijn uitstapje naar intelligent design, vergeet men gemakshalve.)

De realiteit is dat geloofswaarheden niet werkelijk ‘waar’ zijn, zoals het waar is dat de aarde rond is en in een baan om de zon draait. De ‘centrale christelijke geloofswaarheden’ zijn niet écht waar. God bestaat niet simpelweg omdat er mensen zijn die daarvan overtuigd zijn, en zijn zoon is niet echt opgestaan uit de dood – althans, dat is buitengewoon onwaarschijnlijk, en de stelling behoeft iets meer bewijs dan een goddelijke openbaring. Religie vertelt een verhaal. Niets meer, maar ook niets minder, dan een mythologie die mensen een kader geeft waarbinnen nagedacht wordt over de vragen die de mensheid al sinds het prille begin bezig houden. Waartoe zijn wij op aarde? Wat is het goede leven? Vragen van moraal en ethiek die belangrijk zijn, maar die niets te maken hebben met de wetenschappelijke vragen waarmee Cees Dekker zich in zijn dagelijks leven bezig houdt. Balkenende heeft ongelijk als hij zegt dat geloof en wetenschap beide zoeken naar waarheid. Wetenschap zoekt naar waarheid, geloof is een denkraam om over ethiek na te denken. Wie geloof naast wetenschap zet, maakt geloof belachelijk en ontkent de eigenlijke functie van religie.


~ door duino op december 14, 2008.

Reageer