Zitat des Tages
‘Bij de rijksoverheid werkten in 1930 in totaal 8591 ambtenaren. Zij waren verdeeld over departementen (4572 ambtenaren), staatsbedrijven als de PTT (3683 personen) en raden (Pensioenraad, Raad van Arbeid, tezamen 336 werknemers). In 1938, het laatst bekende vooroorlogse getal, was hun aantal gegroeid tot 11.500. In 1920 had de gemeente (Den Haag, D.) 8858 personeelsleden in dienst (inclusief politie en brandweer, maar exclusief onderwijzend personeel), onderverdeeld in 5002 ambtenaren en 3856 gemeentewerklieden. Tien jaar later was dit aantal 8562 en eind 1939 9283.’
‘Het provinciaal bestuur had slechts een bescheiden apparaat. In 1930 bedroeg het aantal ambtenaren daar 141 en 222 in 1938.’
Uit: Het leven gaat er een lichten gang, Den Haag in de jaren 1919-1940.
Much has changed since, niet in de laatste plaats: aardgas. Volgens het Ministerie van Financiën werkten er in 2005 950.000 mensen bij de overheid, waarvan 120.000 bij de rijksoverheid. Daarbij zij wel opgemerkt dat daarin naar alle waarschijnlijkheid niet de werknemers van alle zbo’s en aanverwante organisaties meegenomen zijn – in een aflevering van Yes Prime Minister wordt uitgelegd hoe het aantal ambtenaren gereduceerd kan worden zonder ook maar één persoon te ontslaan.
Overigens had de provincie Zuid-Holland in 2007 2149.03 fte in dienst. Als we ervan uitgaan dat in 1939 nog weinig parttime gewerkt werd, is dat een vertienvoudiging in 70 jaar tijd.

Shocking! Misschien ook goed om deze cijfers af te zetten tegen het aantal inwoners van lang, provincie en gemeente, toen en nu.
Verhouding aantal ambtenaren en burgers?
Je vraagt je wel af waar al die ambtenaren zich zoal mee bezig houden.
Wat is het rendement? Kan jij dat voor ons uitrekenen?