Massa

Gisteren schreef ik hier iets over de massaliteit van de oranje-gekte. Ik moet bekennen dat ik geen liefhebber ben van massabewegingen, die nu eenmaal de gewoonte hebben als een tsunami – in dit geval een tsunami van oranjesering, vrij naar G.W. – over het land te trekken en ieder tegengeluid te overstemmen met gebral. Niet zozeer tegen voetbal, hoewel ik ook geen liefhebber ben, en zelfs niet van de supporterscultuur eromheen. Sterker nog, twee seizoenen lang ben ik seizoenkaarthouder geweest bij onze eigen voetbaltrots ADO Den Haag, waarbij vooral de kunstenmakers op de midden-noord tribune mijn belangstelling hadden.

Maar de massaliteit van oranje, waaraan niet te ontsnappen valt en die zelfs redelijke mensen infantiliseert – en daarmee niet helemaal onvergelijkbaar met fascisme en socialisme is – staat mij op zijn zachtst gezegd tegen. Gelukkig bevind ik mij in goed gezelschap. Toen in 1672 de gebroeders De Witt door een massa uitzinnige oranje-aanhangers (ook toen al) vermoord en letterlijk aan stukken gescheurd waren, woonde Baruch de Spinoza in Den Haag:

Spinoza was verbijsterd over deze barbaarsheid, die niet was begaan door een rondtrekkende roversbende maar door een menigte burgers onder wie zich ook eerzame leden van de middenklasse bevonden. Toen hij in 1676 op doorreis was in Den Haag, sprak Leibniz met Spinoza over de gebeurtenissen rond de dood van de gebroeders De Witt: ‘Ik heb na het diner enkele uren met Spinoza doorgebracht. Hij zei me dat hij op de dag van de moord op de heren De Witt ’s nachts naar buiten had willen gaan om ergens dicht bij de plek van de moord een papier op te hangen met de tekst ultimi barbarorum [Ergsten der barbaren]. Maar zijn huisbaas sloot het huis af om te verhinderen dat hij naar buiten zou gaan, want men had hem aan stukken kunnen scheuren.’

- uit: Spinoza, door Steven Nadler (ISBN 978-90-467-0021-1)

~ door duino op juni 15, 2008.

Eén reactie to “Massa”

  1. Tijd voor een partijtje Jeu de Boules in de Bosjes van Pex. Oranjevrij!

Reageer