Vertrouwen
Een curieus berichtje vanochtend op nu.nl:
De Tweede Kamer had expliciet moeten constateren dat het kabinet niet gelogen heeft in het ‘Fitna’-debat. Het verwerpen van de motie van wantrouwen die Geert Wilders indiende tegen het kabinet volstaat niet. Dat zegt de vice-president van de Raad van State Herman Tjeenk Willink zondag in een interview met De Telegraaf. “Het ‘Fitna’-debat was inhoudelijk goed”, zegt hij. “Vreemd was echter dat de vraag of het kabinet liegt, is blijven hangen. Twijfel daarover tast de geloofwaardigheid van de staat aan.”
Ik ga er nu gemakshalve van uit dat de eerste zin het standpunt van Herman T.W. juist weergeeft: namelijk dat de Tweede Kamer in het Fitna-debat had moeten constateren dat de regering niet liegt. Natuurlijk moet je ervan uit kunnen gaan dat in een debat de ministers de waarheid spreken; hetzelfde geldt voor iedere deelnemer aan ieder debat of gesprek. Zodra je aan elk woord moet gaan twijfelen is ieder gesprek onmogelijk. In de praktijk vertrouwen Kamerleden, inclusief Geert W., er ook op dat het kabinet de waarheid spreekt. Maar om nu, in een specifiek geval als dit, voetstoots aan te nemen dat iemand de waarheid spreekt (en de ander dus liegt) gaat mij wel een paar bruggen te ver.
Ik ben het met Herman T.W. graag eens dat het niet goed is dat de vraag naar de waarheid in dit geval open blijft. Maar dat wil niet zeggen dat de ene partij bij voorbaat heilig is – zelfs niet als het de minister-president zelve is. Ook al omdat de zaak niet zo zwart-wit is als hij door Geert W. wordt voorgesteld. De vraag is gesteld en verdient een antwoord. Maar dan wel een antwoord gebaseerd op feiten, en niet op de fictie dat het kabinet de waarheid spreekt.

Reageer