Ivan Boenin
We liepen naast elkaar, maar jij
Keek me niet aan, zoals tevoren,
Het leeg gepraat van allebei
Ging in de maartse wind verloren.Dooidruppels in de winterkou,
Het park met witte rijp behangen,
Je ogen korenbloemenblauw,
En bleek als was je zachte wangen.Ik liet mijn blik al niet meer naar
Je halfgesloten lippen glijden.
Hoe heerlijk leeg die wereld waar
We zomaar liepen met zijn beiden.

Reageer