Perverse aandeelhouders
Het is vermakelijk te zien hoe de rijen gesloten worden als gevestigde belangen onder druk staan. Eerder berichtte ik al over de roep van werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes om overheidsingrijpen ter bescherming van (slecht presterende) Raden van Bestuur. Vandaag staat op mijn favoriete plek in de krant, de opiniepagina, een artikel van de hand van Arend Buitendam. Arend is emeritus hoogleraar (helaas wordt niet verteld of dit in de culturele antropologie was, internationaal recht of misschien wel economie) en vindt dat de aandacht voor aandeelhoudersmacht te ver is doorgeschoten, pervers noemt hij het zelfs.
Op zich houd ik er wel van als mensen stevige woorden gebruiken om hun punt neer te zetten. Het is alleen jammer dat de argumenten die gebruikt worden soms zo bedroevend mager zijn. Zo ook dit keer. Ik licht er een passage uit:
De perverse gevolgen voor het strategisch beleid van de onderneming en de langetermijnbelangen van andere stakeholders zoals werknemers, afnemers en toeleveranciers zijn gemakkelijk voor te stellen. Stel, in een multidivisionele onderneming wordt het ondernemingsresultaat op bevredigend peil gehouden dankzij verschil in conjunctuurgevoeligheid bij de samenstellende, onderling afhankelijke bedrijfsonderdelen. Terugvallende omzet hier wordt opgevangen door goede resultaten daar.
Maar juist die verschillen brengen activistische aandeelhouders ertoe splitsingen te willen doorvoeren om bepaalde onderdelen in de verkoop te brengen met het oog op het creëren van hogere beurswaarde. De bedrijfsstrategie die er expliciet op is gericht het geheel te laten overleven, wordt hiermee doorbroken. De gestegen beurswaarde geeft meer uitdrukking aan vervreemd financieel manipuleren dan aan de onderliggende waarde van samenhangende bedrijfsprocessen.
Het model dat Arend hier propageert, dat van de grote conglomeraten die op ieder terrein actief willen zijn en door grootte en risicospreiding waarde creëren, stamt uit de jaren zeventig. Inmiddels is men van dit model afgestapt: conglomeraten bleken inefficiënter dan ondernemingen die al hun aandacht kunnen richten op de activiteiten waar ze goed in zijn en de markten die ze kennen. Natuurlijk zijn er uitzonderingen die de regel bevestigen (General Electric is de enige die mij zo te binnen schiet), maar de meeste ondernemingsbesturen blijken nu eenmaal niet in staat hun aandacht te verdelen over verschillende producten en markten, en in al die markten te excelleren.
Dat wil niet zeggen dat risicospreiding verkeerd is, maar beleggers kunnen dat ook zelf. In plaats van €10,000 te beleggen in een conglomeraat kun je ook €2,000 beleggen in vijf verschillende ondernemingen. Op deze manier spreid je de risico’s ook, zonder in te leveren op de prestaties van het management. En beleggers die van risico houden, kunnen er dan voor kiezen niet te spreiden en alles in bijvoorbeeld internet-aandelen te beleggen.
Een ander bezwaar tegen de conglomeraten van Arend is dat in zijn model de goede prestaties van het ene onderdeel de slechte van het andere onderdeel compenseren. Leuk, alleen leidt dit er wel toe dat slecht presterende bedrijfsonderdelen gesubsidieerd worden en daarmee inefficiëntie in stand wordt gehouden. Als bijvoorbeeld een bouwbedrijf slecht presteert, zal het moeten reorganiseren en veranderen om betere resultaten te boeken. Als dit aannemingsbedrijf de hand boven het hoofd wordt gehouden door resultaten uit bijvoorbeeld een baggerbedrijf, verdwijnt de incentive om iets aan die slechte resultaten te doen. Resultaat is een per saldo inefficiënter bedrijf, hogere kosten voor de consument en een lager rendement voor de aandeelhouder.
Update (28.05.2007): Arend Buitendam is emeritus hoogleraar ‘Strategic Human Resource Management’ en een liefhebber van het zgn. Zweedse model.

Reageer