Een redelijk pessimisme

Vanavond kwam een jongedame van Tante Pos-concurrent Sandd mij de nieuwe Nexus bezorgen. De zegeningen van de vrije markt, alle ketelmuziek van linksch Nederland ten spijt: wie had ooit kunnen denken dat de post ooit in de avonduren bezorgd ging worden, wat met name voor zendingen die niet zomaar door de brievenbus gaan buitengewoon handig is.

Maar Nexus, deze keer onder het thema ‘Klassieken, kunst en kitsch’ . Of zoals directeur Rob Riemen het in zijn voorwoord schrijft:

‘In de eerste van een reeks nieuwe Nexus-conferenties is in 2006 aan de hand van de vraag naar de betekenis van de klassieken, kunst en het fenomeen kitsch, een begin gemaakt met de zoektocht naar een nieuwe definitie van de westerse cultuur.’

Bijdragen over de betekenis van kunst voor de westerse beschaving, voor de mens in het algemeen – het eeuwige thema van Nexus. Het eerste essay, van de hand van de Franse historicus Marc Fumaroli, past in de traditie van klaagzangen op het heden en de verheerlijking van die goede oude tijd toen op scholen nog aandacht was voor Latijn en Grieks. Al lezende bekruipt je het gevoel dat wie niet regelmatig zijn Cicero erop naslaat geen goed mens kan zijn. De gasten van Nexus bezondigen zich er vaker aan, zoals ook de eerbiedwaardige grande dame Jacqueline de Romily in 2004.

‘Een redelijk pessimisme’ is gelukkig zowel redelijker als ook optimistischer van toon: ‘het is eerder zo dat dingen altijd slecht zijn geweest en dat ze altijd [...] slecht zullen blijven’. Wellicht dat ik er in een latere bijdrage uitgebreider op terugkom, voor nu wil ik alleen een citaat uit een Duits pamflet uit 1796 met lezer dezes delen:

‘Boekenlezers … staan op en gaan naar bed met een boek in de hand, gaan met een boek aan tafel zitten, hebben er een bij de hand als ze aan het werk zijn, nemen er een mee als ze gaan wandelen, en kunnen, zodra ze aan een boek zijn begonnen, er niet mee stoppen tot ze het uit hebben. Maar ze hebben ternauwernood de laatste bladzijde van een boek uit, of ze gaan alweer gulzig op zoek naar een volgend exemplaar; en als ze op het toilet of aan hun bureau of waar dan ook iets tegen komen wat bij hun onderwerp past, of dat hen leesbaar lijkt, grijpen ze het en verslinden ze het als uitgehongerde dieren. Geen koffieleut of liefhebber van tabak, geen wijndrinker of kaartspeler kan zo verslaafd zijn aan zijn pijp, fles, spel of koffietafel als die vele lezers aan hun leesgewoonte.’

Dank Alexander Nehamas voor deze vrolijke noot.

~ door duino op mei 25, 2007.

Reageer