Andere Tijden

Hoewel de live-uitzendingen van de publieke omroep via internet nog veel te wensen over laten, zijn er ook lichtpuntjes. Eén daarvan is /Geschiedenis, een site van de VPRO waarop (onder andere) oude afleveringen van Andere Tijden te zien zijn. Aangezien ik gisteravond weinig zin had in veel inspannenders dan tv-kijken, heb ik weer eens wat zitten grasduinen op de site.

Zo kwam ik terecht bij een aflevering uit 2002. De LPF zat met zesentwintig zetels in de Tweede Kamer, het kabinet Balkenende I was nog niet van ellende uit elkaar gevallen, en de redactie van Andere Tijden leek het een aardig idee die andere protestpartij in herinnering te roepen: de Rapaillepartij, opgericht in 1921 door een groepje anarchisten om de democratie belachelijk te maken. Het algemeen kiesrecht voor mannen (1917) en vrouwen (1919) was juist ingevoerd, stemmen was verplicht. Men was dus verzekerd van een hoge opkomst. Schijdemocratie! oordeelden de anarchisten.

Hoe kon van dit volk, dat tenslotte grotendeels nog analfabeet was, worden verwacht dat het een weloverwogen en beargumenteerde keuze kon maken in het stemhokje? Dit was vragen om manipulatie en beïnvloeding van het ’stemvee’; de macht zou gewoon in handen blijven van de oude kliek. Om te bewijzen dat in deze democratie iedere gek verkozen kon worden, richtten Anton Bakels, Erich Wichmann en Gerhard Rijnders de Rapaillepartij op. Als lijsttrekker voor de komende gemeenteraadsverkiezingen kozen zij de in Amsterdam wereldberoemde zwerver Had-je-me-maar. De goede man verkeerde in een continue staat van dronkenschap; niet verwonderlijk dus dat een belangrijk thema in zijn campagne was dat iedere Amsterdammer dagelijks een paar glazen jenever zou mogen drinken, op kosten van de gemeente.

Rapaille

 Had de partij succes? Ja, want Had-je-me-maar behaalde voldoende stemmen voor een raadszetel. Nee, want Had-je-me-maar werd na zijn verkiezing, maarvoor installatie in de raad, gearresteerd wegens openbare dronkenschap. Hiermee verloor hij automatisch zijn passief kiesrecht, en zodoende kon hij geen raadslid worden. De nummer twee op de lijst nam zijn plaats in, maar deze schitterde vooral door zwijgzaamheid. Na dit eerste succes was het vrij snel gedaan met de Rapaillepartij.

De vergelijking met de Lijst Pim Fortuijn is snel gemaakt. Ook deze partij kwam zonder lijsttrekker in de Kamer, en ook deze partij is vrij snel weer in het niets opgelost. Wel is het de LPF gelukt regeringsverantwoordelijkheid te dragen, maar veel naam mocht dat niet hebben. Is de democratie aan het begin van de eenentwintigste eeuw nog net zo belachelijk als tachtig jaar geleden? Je zou het bijna denken, zeker als je het commentaar van Wil Wichmann (dochter van oprichter Erich) hoort: ‘…. er waren vaarschijnlijk nog heel veel betrekkelijk analfabeten, mensen die misschien een paar jaar lagere school hadden. Dat is toch tegenwoordig niet meer mogelijk, niet meer voor te stellen.’

Ik moest glimlachen, en herinnerde mij het artikel op de voorpagina van NRC Handelsblad, zaterdag 13 januari: HBO-instellingen en universiteiten die klagen over de gebrekkige beheersing van het Nederlands door studenten. Men pleit zelfs vor een overbruggingsjaar om de tekorten weg te werken. Een uitspraak van een hoogleraar die me bijgebleven is: ‘Twintig jaar geleden viel het op als er spelfouten in een scriptie zaten, nu valt het op als een scriptie foutloos is.’ Bedenk wel dat we het hier hebben over het Hoger Onderwijs, waar de meerderheid van de scholieren niet eens aan toekomt… Overigens was dit bericht geen verrassing voor mij. Half december was vriend Cedric S., UD te T., zo vriendelijk onderstaand gesprek te noteren:

CS: De zin “hoe beoordeeld de klant…” is niet goed; het moet zijn “hoe beoordeelt de klant…”

Student: Sorry, Nederlands was nooit mijn goedste vak

(En dit was inderdaad serieus.) Maar het kan erger, het in Nederland niet zo vreselijk zeldzame functioneel analfabetisme: volwassen mensen die niet meer lezen dan hier en daar een ondertitel, reclamefolders van de C1000, misschien een SMS-je tussendoor. Voor hen is een kort berichtje in een huis-aan-huis sufferdje al een hele opgave.

Zij vermeld dat ik het allemaal iets minder somber inzie. Hoewel er het nodige mis is met het onderwijs in Nederland, zijn we nog ver verwijderd van de situatie in 1921. Daarnaast is er geen opkomstplicht meer, dat scheelt misschien ook wel wat. Sterker nog, ik heb buitengewoon veel vertrouwen in het vermogen van individuen om hun eigen keuzes te maken, zeker waar het gaat om de grote vragen.

PS: nog een overeenkomst tussen LPF en Rapaillepartij: beide lijsttrekkers lustten wel een borrel. Over Had-je-maar kunnen we kort zijn, zijn alcoholisme is bekend. Pim Fortuijn reed in een Daimler met chauffeur, en dat was niet voor niets…

~ door duino op januari 22, 2007.

Reageer