Spring naar inhoud

Op een regenachtige woensdagmorgen

november 4, 2011

Met dank aan The Catholic Herald hieronder een verslag van de generale audiëntie van paus Benedictus XVI op woensdag 26 oktober.

Pope Benedict XVI has prayed that his interreligious pilgrimage to Assisi will promote dialogue among believers of different faiths and help the world move towards peace.

“In a world still torn by hatred, divisions, selfishness and wars, we want to pray that tomorrow’s meeting in Assisi would promote dialogue among people of different religions,” the Pope said today during a prayer service at the Vatican.

Pope Benedict prayed that the Assisi meeting would help “enlighten the minds and hearts of all men and women so that anger would give way to pardon, division to reconciliation, hatred to love, violence to meekness, so that peace would reign in the world.”

“We ask God for the gift of peace. We want to pray that he make us instruments of his peace,” the Pope said at the Christian prayer service, which was attended by cardinals and bishops, as well as Orthodox and Protestant leaders. Several Muslim representatives also were present.

The prayer service took the place of the Pope’s weekly general audience. About 25,000 people were expected for the service planned for St Peter’s Square, but a storm forced the Vatican to pack the Vatican audience hall to overflowing and to accommodate others in St Peter’s Basilica, where Pope Benedict stopped briefly to give his blessing.

In his homily during the prayer service, Pope Benedict said Christ came to bring peace to the world and his followers have a serious obligation to proclaim his love, salvation and peace to all peoples.

The instrument Christ used to inaugurate his kingdom of peace was the cross, the Pope said. Love, and not weapons, is the key.

Those who want to be true disciples of Christ, he said, also must be ready “to lose their lives for him, so that goodness, love and peace will triumph in the world”.

The Gospel says Jesus sent his disciples out as “lambs among the wolves”, the Pope said. “Christians must never give in to the temptation to become ‘wolves among the wolves’; the kingdom of Christ’s peace is not spread with power, strength or violence, but with self-giving, with love taken to the extreme, even toward one’s enemies.”

Christians must begin by making their own communities “islands of peace” where differences of race, language and economic standing have no importance, he said.

The readings for the prayer service were in English and Italian; the prayer petitions were read in German, Polish, French, Portuguese, Swahili, Arabic, Spanish and Chinese.

The prayers asked God for the gifts “of wisdom and intelligence that make us disciples of truth”, for the strength needed “to discover the paths of true peace”, and for forgiveness for “our pride, for the selfishness and the violence that often accompanies our choices and lifestyles”.

The prayer in Arabic asked God to help Christians treasure the word and example of Jesus and “stay far from war and violence in all its forms”.

Pelgrimeren

november 3, 2011

Tijdens de vredesbijeenkomst in Assisi afgelopen week vroeg paus Benedictus XVI nadrukkelijk aandacht voor de agnosten, de godzoekers, die dit jaar samen met de religieuze leiders waren uitgenodigd:

“Naast de beide realiteiten van religie en antireligie bestaat er in de groeiende wereld van het agnosticisme nog een andere basisoriëntatie: mensen die weliswaar het geschenk van het kunnen geloven nog niet is gegeven, maar die echter blijven uitzien naar de waarheid, die op zoek zijn naar God. Zulke mensen beweren niet zomaar dat er geen God bestaat. Zij lijden onder Zijn afwezigheid en zijn innerlijk, wanneer zij het waarachtige en het goede zoeken, naar Hem op weg.

Zij zijn ‘pelgrims van de waarheid, pelgrims van vrede’. Zij stellen vragen aan de ene kant en aan de andere. Zij ontnemen de militante atheïsten hun schijnzekerheid waarmee zij menen te weten dat er geen God is en roepen hen op in plaats van strijders zoekers te worden.”

In een wereld waarin geloof geen vanzelfsprekendheid meer is – integendeel zelfs! -, zijn de zoekers een teken van wat ook wel ons ‘religieuze zintuig’ wordt genoemd. Als de samenleving waarin we leven God steeds meer ontkent en Hij afwezig lijkt, dan blijkt de mens God toch nodig te hebben. Dan gaan we zelf op zoek naar Hem, wiens bestaan we al vermoeden. Het aardige is dat dat precies ingaat tegen de vooronderstellingen van de atheïsten – al dan niet militant. Zij hadden tenslotte bedacht dat als de samenleving maar neutraal ingericht is (lees: vrij van godsdienst), het ook snel gedaan zal zijn met die irrationele religieuze folklore. Maar juist in die ‘neutrale’ samenleving blijven mensen zoeken naar zin en betekenis, omat we nu eenmaal niet anders kunnen, omdat we zo gemaakt zijn.

Maar dat zoeken kan niet het einde van het verhaal zijn. Dat zou wel heel postmodern en modieus (want tot niets verplichtend) zijn, maar zoeken om het zoeken – doelloos zoeken – is leeg en onbevredigend. Het kan eigenlijk ook niet, omdat zoeken per definitie niet doelloos is: een zoektocht begint altijd met een vraag, een verlangen naar iets. Vandaar ook denk ik dat de paus het over die zoekers heeft als ‘pelgrims’. Pelgrims die op weg zijn, naar Waarheid, naar Vrede, naar de Liefde.

“Zoekers die de hoop niet opgeven dat de Waarheid bestaat en dat wij naar haar toe kunnen en moeten leven. (…) Zij zoeken naar de Waarheid, naar de werkelijke God, wiens Gelaat in de godsdiensten, op de manier waarop zij niet zelden worden beleefd, veelvoudig bedekt is. (…) Zo is hun worstelen en vragen ook een oproep aan de gelovigen hun geloof te reinigen opdat God, de werkelijke God toegankelijk wordt.”

Je zou kunnen zeggen dat deze agnostische pelgrims niet zo veel verschillen van christenen. Beide zijn we op weg naar God. Alleen hebben sommige pelgrims ergens onderweg iemand ontmoet die al een stukje heeft laten zien van die Waarheid en die de weg ernaartoe wijst. Wellicht is het juist aangekondigde Jaar van het Geloof een mooie gelegenheid om het geloof op te poetsen uit te dragen naar die collega-pelgrims.

Mauro

november 1, 2011

Teruggekomen van een weekje Rome – zonder krant, tv en internet – kan ik mij alleen maar verbazen over de politieke discussie thuis. Terwijl ons financiële systeem weer eens op instorten staat en alleen met een noodfonds van – voorlopig – 1.000.000.000.000 euro overeind gehouden kan worden, wordt het debat in Den Haag beheerst door één enkele Angolese jongen die al dan niet terug moet naar het land van herkomst.

Verbazing over de media, die tenslotte niet alleen nieuws bengen maar vooral ook nieuws maken. En dat geldt des te meer voor hypes zoals deze Mauro-zaak.

Verbazing over de oppositie, die vergeten is dat een uitzetting slechts het gevolg is van wetgeving waarmee men zelf heeft ingestemd. Die verder vergeten is dat eerdere bewindspersonen zich ook al met deze jongen bezig gehouden hebben, bewindspersonen die nu voor diezelfde oppositie in de Kamer zitten.

Verbazing ook, dat men werkelijk denkt dat het voor een minister gemakkelijker wordt van zijn discretionaire bevoegdheid gebruik te maken naarmate er meer publiciteit is rond een zaak. De ervaring leert juist dat uitzonderingen eerder geregeld worden buiten de schijnwerpers, dan in het volle licht van de politieke discussie.

Maar misschien is die laatste verbazing onterecht. Misschien beseft de nu zo moreel superieure oppositie heel goed dat al deze ophef niet kan leiden tot een verblijfsvergunning voor Mauro. Misschien ziet ze in de jongen niet meer dan een stok om de hond – het CDA en daardoor dit kabinet – mee te slaan. Misschien is Mauro voor hen slechts een middel in een politiek steekspel.

Laten we hopen dat men slechts naïef is, en niet zo bot opportunistisch.

Overigens zij opgemerkt dat ik de ins en outs van Mauro niet ken, en mij dus ook geen oordeel wil aanmeten over de vraag of hij hier zou moeten mogen blijven.

‘U draait en u bent niet eerlijk’, of: hoe je in korte tijd onopvallend van mening kunt veranderen.

augustus 25, 2011

D66 is een fatsoenlijke partij, een partij van nette mensen –dat beeld zetten de D66’ers graag neer van zichzelf. Maar D66 is ook een pragmatische en anti-dogmatische partij die op iedere vraag helemaal blanco een nieuw antwoord geeft. En dat leidt wel eens tot verwarring over de standpunten van de partij. Ja, soms wekt men daardoor zelfs de indruk niet helemaal eerlijk te zijn.

Deze week maakte het dagblad Trouw melding van een column verschenen in het gereformeerde blad ‘De Waarheidsvriend’. De schrijver van de column verwijt de links-liberale partijen (met name GroenLinks en D66) een uitgesproken anti-christelijke, ‘christo-fobe’ houding.

Bij Cohen, Sap en Pechtold is het zoeken naar een sympathiek woord over de christenen. Het is naar hun oordeel noodzakelijk dat een vermeende scheefgroei wordt gecorrigeerd: christenen hebben namelijk te veel voorrechten. Om die correctie kracht bij te zetten, is schelden heel normaal. Poldertaliban, achterlijke gereformeerden, pedofielen en weigerambtenaren -dat zijn het, die christenen.

Tegelijkertijd, zo stelt hij, is men opvallend stil als het om de islam gaat: de SGP mag gelinkt worden aan de moordpartij van Anders Breivik, maar natuurlijk hebben moslims in Nederland niets te maken met wat er in bijvoorbeeld Pakistan gebeurt.

Bij Trouw vondt men het een goed idee om deze vermeende christofobie eens voor te leggen aan de betrokken partijen. De ontkenningen die deze vragenronde opleverde zijn noch opzienbarend, noch interessant. Met één uitondering: die van Roy Kramer, fractievoorlichter bij D66:

D66-fractievoorlichter Roy Kramer noemt de verwijten ‘volledig uit de lucht gegrepen’. ‘Wij proberen juist heel nadrukkelijk tolerant te zijn, tegenover moslims én christenen. Kijk maar naar het homohuwelijk. Daarvoor hebben we enthousiast gepleit. Tegelijk laten we ruimte voor gewetensbezwaren.’

Kramer gaat zo ver een voorbeeld te noemen: het homohuwelijk. En daar wordt het interessant. Want waar D66 eerder nog pleitte voor onmiddellijk ontslag voor alle gewetensbezwaarde ambtenaren, ja zelfs woedend was op de minister toen zij in een interview met de Gaykrant liet weten geen enkel probleem te hebben met weigerambtenaren, blijkt men nu 180 graden gedraaid. ‘Tegelijk laten we ruimte voor gewetensbezwaren.’

Zo ga je van ‘verbijsterend’ en ‘onacceptabel’ naar de tolerantie die in bijvoorbeeld Staphorst al veel langer gebruikelijk was: in iedere gemeente kunnen homo’s trouwen, maar tegelijk is er ruimte voor ambtenaren met gewetensbezwaren tegen een huwelijk tussen twee mensen van hetzelfde geslacht.

Maar welke garantie hebben we nu dat het nieuwe standpunt van D66 het werkelijke standpunt is? Draait men morgen niet gewoon weer net zo hard terug naar het onverdraagzame secularistische standpunt, als er in een gemeenteraad gestemd wordt over een Berufsverbot voor de gewetensbezwaarde trouwambtenaar? Is D66 niet uiteindelijk naast christo-foob ook oneerlijk?

Deum de Deo

mei 2, 2011

Vandaag, 2 mei, vieren we de heilige Athanasius van Alexandrië (296-373), bisschop en kerkleraar. Athanasius nam deel aan het Concilie van Nicea (328) waar de bekende geloofsbelijdenis vastgesteld en het arianisme veroordeeld werd. Dit arianisme komt er kort gezegd op neer dat Christus niet zelf God is, maar een schepsel van God. Ook Athanasius bestreed deze dwaalleer en zou dat de rest van zijn leven blijven doen, ook al betekende dat tot vijfmaal toe een verbanning uit zijn stad Alexandrië. Zijn levenslange verdediging van de goddelijke natuur van Jezus Christus, ook tegen de stroom in, maakt Athanasius ook in 2011 nog actueel.

Want dat vergeten we wel eens: Jezus Christus was niet slechts een voorbeeldig mens, een inspirerende leraar die we kunnen navolgen. Jezus is niet een idool tussen andere idolen, inwisselbaar voor Boedha of Mohammed –of desnoods Marco Borsato. Christus is God. We hebben het zondag nog gehoord van de apostel Thomas die, toen hij voor de verrezen Christus stond en zijn handen in zijn wonden legde, zei: “Mijn Heer en mijn God” (Joh. 20, 28). Maar dit is nog steeds, net als 1700 jaar geleden, een inconvenient truth die maar al te graag wordt vervangen door de vrijblijvender variant dat –om die formulering maar te gebruiken –het christendom ook maar een mening is. En dus heeft onze oude kerkleraar sint Athanasius ons ook nu nog wat te vertellen.

Dat is ook een aspect van heiligheid: het voorbeeld dat de heilige biedt aan generaties na hem, zelfs na anderhalf duizend jaar nog. Een heilig is –net als een zalige –niet zonder zonde of vergissingen, maar is wel, door leven en geloof, een tijdloos voorbeeld, en een expliciete verbinding van de tweeduizend jaar oude kerkgeschiedenis met het heden en met de toekomst. Sint Athanasius van Alexandrië leert ons in ieder geval dat het geloof steeds opnieuw en expliciet beleden moet worden: Deum de Deo, consubstantialem Patri!

Na de knien in’t zoer

december 27, 2010

Het Kerstfeest ligt weer achter ons, het nieuwe jaar kan nu echt beginnen. We mogen weer een heel jaar – aan de hand van Mattheus dit jaar – onderweg gaan van geboorte naar dood en wederopstanding en weer naar geboorte. Bij gelegenheid van dit nieuwe begin – en met dank aan de eerwaarde heer Peeters hieronder delen uit de nieuwjaarswens van de Aartsbisschop van Brussel-Mechelen, mgr Léonard:

Ter gelegenheid van het feest van de Heilige Familie, wens ik u allen een zalig en gelukkig nieuw jaar. En bij het overmaken van deze wensen denk ik allereerst aan uzelf en aan uw gezinnen. U hoorde zo-even hoe de drie lezingen van deze zondag, elk op hun eigen manier, spreken over het gezinsleven en daarbij zowel de schoonheid als de problemen en zelfs de beproevingen onderstrepen. De liefde van man en vrouw en de link tussen hen en hun kinderen en kleinkinderen, is een van de mooiste dingen die er in de wereld bestaan.

Ik nodig ouders en grootouders, die zich zorgen maken over de toekomst van het geloof in het hart van kinderen en kleinkinderen, ook uit om nooit ofte nimmer de moed te verliezen. Vertrouw hen toe aan het hart van God op voorspraak van de heilige Monica. Zij heeft twintig jaar onafgebroken gebeden voor de bekering van haar zoon Augustinus. En hij heeft zich uiteindelijk bekeerd en is een van de grootste theologen van de antieke Latijnse Kerk en een zeer heilige bisschop geworden.

Op dit feest van de Heilige Familie nodigt de Heer u uit om, als u op welke manier ook te kampen hebt met eenzaamheid, die samen met Hem te beleven. Want als de Heer is gestorven in uiterste eenzaamheid, in de steek gelaten door de mensen en schijnbaar zelfs door zijn veelgeliefde Vader, dan is dat om met zijn aanwezigheid bij ons te wonen in al onze eenzaamheid.

Dierbare broeders en zusters, we hebben in ons land een voor de Kerk lastig jaar meegemaakt. Naast heel wat mooie dingen die we samen hebben beleefd – ik denk dan vooral aan mijn pastorale bezoeken in Brussel en aan de vieringen in Vlaams- en Waals-Brabant – was er het brutale uitbreken van het pedofilieschandaal in de schoot zelf van de Kerk en de opeenvolgende mediastormen. In mijn kersthomilieën in Brussel en Mechelen heb ik erover gesproken. Sta me daarom toe u allen een leven in de Kerk toe te wensen, dat voor 2011 in het teken staat van waarheid, transparantie en boetedoening, maar waarin we tegelijk ook de vreugde mogen ervaren van het toebehoren aan Christus en waarin we dankzij Hem mogen leven als Kerk, in gemeenschap en vervuld van hoop die we nergens anders kunnen vinden.
Op de drempel van het nieuwe jaar, vertrouw ik mezelf tot slot toe aan uw gebed en zegen ik u met heel mijn hart.

Een nieuwjaarswens om in het achterhoofd te houden de komende 12 maanden – en daarna. Om te leven in de liefde en genegenheid van en voor de mensen om je heen, steunend op de aanwezigheid van Christus in het dagelijks leven. Niet altijd een gemakkelijke opdracht, maar wel een opdracht, een ideaal, dat het waard is na te streven. Met vallen en opstaan soms, maar dat hoort erbij. En er is altijd die uitgestoken hand om weer op te staan en verder te gaan.

Een overdenking

december 23, 2010

Voor deze donkere dagen aan het einde van het jaar – of het begin, net welke kalender je kiest – een overdenking van Michelangelo, in vertaling van Rainer Maria Rilke:

Sonett

Schon angelangt ist meines Lebens Fahrt
im schlechten Schiff durch Stürme übers Meer
am Hafen Aller, wo die Wiederkehr
nicht Einem harte Rechenschaft erspart.

Da seh ich nun die Phantasie, die oft
als Abgott thronte durch der Künste Gnaden,
wie falsch sie war, von Irrtum überladen,
und was ein jeder, sich zum Nachteil, hofft.

Verliebtes Denken, einstens froh und leer,
was ist mirs jetzt vor zweien Toden wert?
Des einen bin ich sicher, einer droht.

Malen und Bilden stillt jetzt längst nicht mehr
die Seele, jener Liebe zugekehrt,
die offen uns am Kreuz die Arme bot.

Het Handelsblad en de paus

november 23, 2010

Het is opvallend hoe twee (nagenoeg) gelijke uitingen van de paus over condoomgebruik in Afrika zulke verschillende reacties teweeg kunnen brengen. Werd Benedictus XVI de vorige keer nog verketterd en beschuldigd van (medeplichtigheid aan) misdaden tegen de menselijkheid, dit keer was lof zijn deel. Het zij zo.

Maar niet overal was lof. Bijvoorbeeld voor NRC Handelsblad was dit slechts aanleiding om de Kerk maar weer eens (indirect) te beschuldigen van (medeplichtigheid aan) massamoord en van structurele onmenselijkheid.

Correspondent Bas Mesters meende het volgende te moeten stellen in een verder niet zo schokkend artikel over het interview met Benedictus:

Nu hij als eerste kerkvorst in de geschiedenis menselijkheid in een boek toont…

Niet iets wat je zou verwachten in een nieuwsbericht in de krant die naar eigen zeggen ‘de nuance zoekt’. En het hoofdredactioneel commentaar over de kwestie is ook al van een bedenkelijk niveau. Vandaar onderstaande brief die ik vanavond verstuurd heb.

L.S.

Het is niet mijn gewoonte in de pen te klimmen bij iedere slordigheid in mijn krant. Maar in uw uitgave van afgelopen maandag vond ik een opmerking waarop ik toch moet reageren.

Het gaat om het artikel van uw correspondent Bas Mesters over de uitlatingen van paus Benedictus XVI over condoomgebruik door risicogroepen. In dit artikel deelt uw correspondent de lezer mee dat deze paus “als eerste kerkvorst in de geschiedenis menselijkheid in een boek toont”. Dat is nogal wat. Van alle bisschoppen die er in de tweeduizend jaar tellende geschiedenis van de Kerk zijn geweest, van alle boeken die deze kerkvorsten hebben geschreven, zou dit de eerste keer zijn dat er iets menselijks in staat. Aldus Bas Mesters. Dat strookt in ieder geval niet met mijn eigen ervaring. De enkele boeken van kerkvorsten die ik zelf gelezen heb, zijn bij uitstek menselijk. Zoals ook de Rooms Katholieke Kerk zelf meer aandacht voor de mens en zijn waardigheid heeft dan menig ander.

Uw correspondent Mesters probeert hier zelfs niet meer een schijn van onafhankelijke journalistiek op te houden, maar draagt op een nogal gemakkelijke manier een antiklerikale (persoonlijke?) mening uit onder de vlag van kwaliteitsjournalistiek. Ik hoop dat u het met mij eens bent dat dit soort opmerkingen niet thuis horen in wat zichzelf graag ziet als een kwaliteitskrant, en ik ga ervan uit dat deze opmerking van Bas Mesters door de eindredactie over het hoofd is gezien. Indien deze zin een bewuste bijdrage is geweest aan “slijpsteen van de geest” NRC Handelsblad hoor ik dat graag van u.

Een tweede stuk dat mij onaangenaam trof deze maandag en dat ik gemakshalve maar meeneem in deze brief, is uw tweede hoofdredactionele commentaar: ‘Benedictus en condoom’. Het lijkt er sterk op dat u uw conclusie al klaar had liggen en daar een redenering omheen heeft gebouwd. Dat die redenering vrij opzichtig rammelt, is voor u blijkbaar niet belangrijk. Om er slechts een paar punten uit te nemen:

1. U stelt dat de paus “tot inkeer” is gekomen. Tegelijkertijd onderkent u dat er in de leer van de Kerk niets veranderd is – dat kan ook niet in een interview. Hoe het dan zit met die “inkeer” blijft onduidelijk.

2. U stelt dat (katholieke) Afrikanen geen condoom gebruiken omdat dat niet mag van het Vaticaan, terwijl zij de leer van Rome op dit gebied verder volledig naast zich neer leggen. Zou het kunnen dat de invloed van het Vaticaan op het seksuele gedrag in Afrika minder ver reikt dan u hoopt?

3. Tot slot uw conclusie dat de katholieke leer over seksualiteit (dat seks thuis hoort in een huwelijk tussen man en vrouw) verantwoordelijk is voor miljoenen aidsslachtoffers. Deze is op zijn zachtst gezegd opmerkelijk.

Bij deze dan ook het vriendelijke verzoek in het vervolg iets meer aandacht te besteden aan uw hoofdredactionele commentaren.

Met vriendelijke groet,
R.F. van Wijk

Vrij Onzinnig

november 20, 2010

In vervolg op het verslag van de discussie tussen Meijering en Hendrikse wil ik hier wat nader ingaan op de moeilijkheid van de vrijzinnigheid. Laat ik het begrip vrijzinnigheid eerst voorzien van een definitie, dan kan daarover geen misverstand bestaan. Volgens mijn Wolters Woordenboek Nederlands is vrijzinnig zoveel als ‘zonder dogma’s’ en daarmee staat het tegenover ‘dogmatisch’ – inderdaad het ergste scheldwoord in vrijzinnige kringen. Het klinkt heel vrij, zo zonder dogma’s. Zonder vooraf vaststaande zekerheden kan de vrijzinnige in alle vrijheid aan alles twijfelen en zijn eigen weg kiezen, bevrijd van de eeuwenoude ketenen van geloof, traditie, groep en geschiedenis. Maar zo vrij blijkt het toch niet te zijn, omdat we in de praktijk niet zonder dogma’s kunnen – zelfs de vrijzinnigen niet. En onszelf volledig losmaken van de (geloofs)traditie waarin we staan, of van onze sociale groep kunnen we al helemaal niet.

Om met dat laatste te beginnen: in de ideale vrijzinnige wereld zijn wij allen individuen die volledig autonoom en in alle vrijheid beslissen over ons leven. Maar dat het zo niet werkt is evident. Wij hebben ons leven niet gekozen maar ontvangen – van God, of zo je wilt van onze ouders, maar zelf zijn we daar niet aan te pas gekomen. Net zo min hebben wij enige invloed gehad op de plek waar we geboren zijn en op waar en met wie we opgegroeid zijn. Een belangrijk deel van de vormende basis van ons leven met andere woorden is dus al gelegd voordat wij überhaupt geboren worden. Traditie, geschiedenis, taal en sociale omgeving zijn zaken die voor ons een gegeven zijn, en iedere keuze die we maken zal mede bepaald zijn door deze basis. Een mens is eenvoudigweg niet denkbaar zonder zijn inbedding in een sociale omgeving en geschiedenis – en dat geldt ook voor de vrijzinnige mens. Zo autonoom en vrij zijn we dus niet.

Het belangrijkste probleem met de vrijzinnigheid zit hem echter in het ‘zonder dogma’s’. Een dogma laat zich omschrijven als een ‘vaststaande formulering van de waarheid’ (Encyclopedie van de Filosofie, Boom), waarbij dit niet uitsluitend op religieuze dogma’s slaat. Dogmatisme wordt dan ook omschreven (in hetzelfde naslagwerk) als ‘een geesteshouding waarbij vanuit bepaalde grondbegrippen en grondstellingen geredeneerd wordt, zonder deze begrippen en stellingen aan een kennistheoretische kritiek te onderwerpen.’ Anders gezegd: de vrijzinnigheid stelt dat aan alles getwijfeld moet worden en dat niets uit zichzelf waar is – dat dogma’s onmogelijk zijn. Dat is een onhoudbare stelling om een aantal redenen.

Ten eerste zou dit betekenen dat waarheid onmogelijk is – als aan alles getwijfeld kan, nee moet worden, is er geen objectieve maatstaf meer waaraan je dat betwijfelde kunt afmeten. Daarmee is niets en tegelijkertijd alles waar. Als een bepaalde stelling maar in een sluitend systeem van redeneringen wordt ingebed, is die stelling binnen dat systeem geldig en waar. Dat systeem zelf is dan weer niet waar – of liever, het is volstrekt zinloos te spreken over waarheid en geldigheid van zo’n systeem. Vrijzinnigheid is in wezen relativistisch, en de problemen van het relativisme mogen bekend zijn.

In de praktijk blijkt dat ook vrijzinnigen dat bezwaar erkennen en wel degelijk uitgaan van een aantal grondbegrippen en –stellingen, zij het impliciet. Zo beroept D66 – de zelfbenoemde vertegenwoordiger van de vrijzinnigheid in de politiek – zich, inmiddels explicieter dan vroeger, vaak op de liberale uitgangspunten van vrijheid, gelijkheid en broederschap. En binnen het vrijzinnig protestantisme houdt men toch vast aan (een vorm van) het christendom – of in ieder geval aan het bestaan vaan het beruchte ‘iets’. Maar beide zonder volledig afscheid te nemen van hun anti-dogmatische houding. Niettegenstaande deze impliciete dogma’s blijven vrijzinnigen ageren tegen anderen die zich niet schamen voor hun dogma’s, maar erkennen dat zij in hun denken bouwen op een basis van grondbeginselen die – in meer of mindere mate – onaantastbaar zijn.

Zo zijn er twee types vrijzinnigen. De één heeft impliciete dogma’s die hij, onder het mom van neutraliteit, tot standaard wil verheffen. Omdat dit neutrale waarden zijn mag dit ook met al of niet zachte dwang gebeuren. Een voorbeeld is de strijd tegen de SGP: iedereen moet gelijk zijn, dat is vanzelfsprekend en moet door de overheid worden opgelegd aan – in dit geval – vrouwen. Ook als die vrouwen daar niet op zitten te wachten. Kun je dan nooit iets inbrengen tegen andermans (misschien abjecte) overtuigingen? Natuurlijk wel, maar dan in een open debat tussen egalitairen en refo’s, over elkaars waarheden.

De andere vrijzinnige houdt vast aan zijn ondogmatisme en dus relativisme. Maar als hij consequent is ontkomt hij er niet aan zich uiteindelijk in zijn eigen staart te bijten. Want het anti-dogmatisme is een dogma in zichzelf. Als niets van zichzelf uit waar is, is ten minste dát van zichzelf uit waar. Dat klinkt wat flauw, maar het is wezenlijk omdat daar de nare trekjes van de orthodoxe vrijzinnigheid boven komen drijven. Niet alleen vindt de vrijzinnige zelf niets (alles is waar en daarom is niets waar, en vice versa), hij vindt eigenlijk dat alle anderen ook niets zouden moeten vinden. Zij die nog wel een mening hebben, een opvatting over wat waar is, zijn blijven hangen in een op zijn best romantisch verleden. Natuurlijk mag men in principe wel vast blijven houden aan de oude waanbeelden, maar dan wel binnenskamers en alleen. Het openbare leven moet zoveel mogelijk gevrijwaard blijven van de dogma’s van anderen – die confronteren de vrijzinnige maar met zijn eigen leegheid. Uiteindelijk kan de vrijzinnigheid – zeker in haar orthodoxe variant – niet omgaan met de dogma’s van anderen, omdat die dogma’s de vrijzinnige continu uitdagen zelf een stelling te betrekken. En dat wil hij juist perse niet. Tenzij hij erkent dat ook de vrijzinnigheid zelf vertrekt vanuit grondbeginselen die geen nadere onderbouwing behoeven en in die zin niet verschilt van andere levensovertuigingen, kan de vrijzinnige het gesprek over elkaars dogma’s niet aangaan. Maar dan houdt de vrijzinnige op vrijzinnig te zijn.

Uiteindelijk wil de vriijzinnige zichzelf en iedereen vrijmaken tot het ondenkbare uiterste, vrijmaken van alles – zelfs van het mens-zijn.

Ontluisterend

september 15, 2010

Ontluisterend. Zo zou je het debat kunnen samenvatten waarvan ik maandagavond getuige was. In de remonstrantse kerk in Den Haag gingen de heren Meijering (remonstrants predikant en hoogleraar) en Hendrikse (PKN dominee en zelfverklaard atheïst) met elkaar in debat rond het thema vrijzinnig geloven nu en in de toekomst. Ontluisterend, omdat in dit debat pijnlijk duidelijk werd dat de vrijzinnige kerk leeg is, dat de inhoud vervangen is door een relativisme waarin niets meer waar is en alles goed. Pijnlijk, omdat precies dat gebeurd is waarvoor vanuit orthodoxere hoek altijd gewaarschuwd is: de vrijzinnigheid heeft de grond onder zichzelf weggeslagen in haar drift alles subjectief te verklaren.

Klaas Hendrikse spande de kroon. Vooral bekend als schrijver van het boekje ‘Geloven in een God die niet bestaat’ heeft deze predikant definitief afscheid genomen van iedere geloofsinhoud. God is in zijn ogen slechts een woord van mensen om uitdrukking te geven aan ‘wat tussen mensen gebeurt’. Een woord zonder objectieve betekenis, zoals het woord ‘boom’ dat bijvoorbeeld wel heeft, maar waar ieder zijn eigen betekenis naar goeddunken op kan plakken. Dat klinkt heel vriendelijk en open, maar maakt uiteindelijk ieder gesprek over dat woord onmogelijk. Om bij de boom te blijven: als voor de één een boom een levend organisme is dat met takken en bladeren de hoogte in reikt (met andere woorden: een boom), en voor de ander een grijze levenloze massa (wat wij steen zouden noemen), is biologie onmogelijk, maar ook het gedicht ‘Der Lindenbaum’ van Wilhelm Müller – door Franz Schubert zo magistraal op muziek gezet.

Meijering had het duidelijk moeilijk met de wat strenge opstelling van Hendrikse, maar wist er ook niets tegenover te stellen. Hij probeerde wel voorzichtig iets in te brengen over geloofsinhoud, maar uiteindelijk ging het ook bij hem over openheid naar de ander, gelijkwaardigheid van overtuigingen en over de mens als vertrekpunt van het geloof. Zichtbaar irriteerde hij zich aan Hendrikse, hij wond zich zelfs op – maar de laatste stap durfde hij niet te zetten. Namelijk dat Hendrikse een logisch gevolg is van vrijzinnigheid als uitgangspunt, van de gedachte dat waarheid onmogelijk is. Als alle overtuigingen gelijkwaardig zijn, als er dus geen gelijk en ongelijk meer bestaat, dan is alles irrelevant en ieder gesprek zinloos. Dan is God niet doodverklaard door een mensheid die denkt het allemaal zelf te kunnen – wat nog een uiting van kracht en (misplaatst) zelfvertrouwen is, maar dan heeft de mensheid het opgegeven. In dat geval wordt het Mysterie, dat onontkoombaar is, als te moeilijk terzijde geschoven.

De conclusie van de avond had dan ook moeten zijn: onze vrijzinnige kerk is een doodlopende weg, laten we stoppen en ons aansluiten bij danwel de ongelovigen, danwel orthodoxere kerkgenootschappen. (Ik ben bang dat een terugkeer tot de schoot van de heilige moederkerk al zeker geen optie is voor deze mensen.) Dat zat er helaas niet in – veel verder dan stiekem toch opgelucht vaststellen dat de vrijzinnigheid altijd klein zal blijven, kwam men niet.

Nu is dat alles geen verrassing voor mij, maar het was een bijzondere ervaring het zo duidelijk voorgeschoteld te krijgen. Daar zaten al die keurige – meest grijze – remonstranten inhoudelijk leeg te wezen, die leegte zelfs te vieren. En vroegen zich tegelijkertijd af  waarom mensen zo onverschillig staan tegenover die leegte. Ontluisterend zoals gezegd, maar ergens ook wel mooi.

Tot slot nog even over Klaas Hendrikse: je vraagt je serieus af waarom de PKN hem nog als predikant tolereert, maar ook wat hij zelf nog in de protestantse kerk te zoeken heeft. Hij zou zo eerlijk moeten zijn zijn weg te vervolgen buiten de PKN en niet langer te schermen met de titel dominee.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.